DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Uitzendwerk en de rechten van werknemers in handelsakkoorden EU

CNV Internationaal dient aanklacht in bij EU namens mijnwerkers in Peru en Colombia

Voor de allereerste keer diende een vakbondsorganisatie een klacht in bij de Europese Commissie om de arbeidsomstandigheden in de mijnen in Colombia en Peru aan het licht te brengen. Zowel de kolen als de metalen die daar worden gedolven zijn cruciaal in de energievoorziening van de Europese Unie.

"Ons doel is dat de Europese Unie met beide landen samenwerkt om de naleving van het duurzaamheidshoofdstuk van de handelsovereenkomst te verbeteren", aldus Maurice van Beers, Latijns-Amerika-coördinator van CNV Internationaal.   

Op 17 mei 2022 dienden Maurice van Beers, regiocoördinator van CNV Internationaal en Ana Catalina Herrera, vertegenwoordiger van CNV Internationaal in Colombia, namens mijnwerkersvakbonden Sintracarbón en Sintracerrejón uit Colombia, en Sindicato de Trabajadores Mineros Metalúrgicos de Andaychagua Volcan Compañía Minera uit Peru een klacht in bij het Single Entry Point (SEP) van de Europese Commissie.

Het handelsakkoord van de Europese Unie met Colombia en Peru is al gesloten in 2012. Daarin zijn toen ook afspraken over duurzaamheid gemaakt, onder andere over schendingen van arbeidsrechten. Echter, pas sinds 2021 is er ook een klachtenmechanisme in het leven geroepen. Dat geeft werknemers de mogelijkheid schendingen van die duurzaamheidsafspraken te melden.   
 

Uitzendwerk

Kernpunten van deze aanklacht is de schending in beide landen van de rechten van werknemers die werken via uitzendbureaus, in vergelijking met werknemers die rechtstreeks in dienst zijn van mijnbedrijven.

De verschillen tussen hen zijn aanzienlijk, zowel als het gaat om zekerheid als wat betreft de hoogte van de lonen. Uit een in opdracht van de Friedrich Ebert Stichting (FES) uitgevoerd onderzoek over de steenkoolwinning in Colombia blijkt dat mijnwerkers die werken via uitzendbureau's werken met kortetermijncontracten van 3 tot 6 maanden tot 1 jaar, zonder enige sociale zekerheid. Zij werken langer en verdienen 30% minder.

Het doel van de klacht van de mijnbouwvakbonden is om de schendingen en de anti-vakbondspraktijken in Colombia en Peru onder de aandacht te brengen. 

Sociale duurzaamheid in handelsovereenkomsten van de EU

Deze klacht vestigt de aandacht op het feit dat de regeringen van Colombia en Peru zich daarmee niet hebben gehouden aan belangrijke bepalingen inzake sociale duurzaamheid in het handelsakkoord dat beide landen met de Europese Unie hebben gesloten. 

Deze schendingen doen zich voor in de context van de energietransitie. Steenkool speelt daarin nu nog een belangrijke rol. Echter vooral metalen worden beschouwd als een belangrijke grondstof om duurzame energie-opwekking in de toekomst mogelijk te maken. De huidige oorlogssituatie maakt het voor internationale rechtsinstanties bijzonder dringend om de misstanden aan te pakken. 

Uit de aanklacht blijkt een patroon van anti-vakbondspraktijken en misbruik van uitzendconstructies. Er is sprake van schendingen van het recht van werknemers op vrijheid van vereniging en collectieve onderhandeling. Er is dus sprake van directe discriminatie van uitzendkrachten die hetzelfde werk verrichten als directe werknemers.  

 

Onzekere arbeidsomstandigheden

Deze precaire arbeidsomstandigheden en vakbondsvijandige praktijken doen zich in beide landen al enkele jaren voor. Dat gebeurt in de mijnen die eigendom zijn van Glencore (de Zwitserse multinational). In Colombia exporteren de Glencore-mijnen steenkool en in Peru zink, koper, tin, zilver en lood rechtstreeks naar de lidstaten van de EU. 

Vrijheid

Volgens een enquête in Peru geeft 46,3% van de ondervraagden aan dat hun contract niet zal worden verlengd in geval van lidmaatschap van een vakbond en dat hun contract voorwaarden bevat die hen verbieden lid te worden van een vakbond.

 63% van de werknemers signaleert dat de bedrijfsleiding vijandig staat tegenover vakbondslidmaatschap en 49,6% geeft aan dat zij niet onder een cao vallen.  

Zowel Colombia als Peru beschikken over wettelijk goedgekeurde mechanismen die, in theorie, de rechten van uitzendkrachten beschermen en waarborgen. . Het echte probleem is dat deze wetten niet worden toegepast en ook niet worden bestraft.  

Duurzaamheid & routekaart

CNV Internationaal dient deze klacht in om verschillende redenen. Ten eerste willen zij schendingen van de internationale overeenkomsten aantonen, specifiek met betrekking tot duurzaamheidskwesties zoals die zijn opgenomen in het duurzaamheidshoofdstuk dat deel uitmaakt van de handelsovereenkomst tussen Colombia en Peru en de Europese Unie.

Daarnaast willen we deze schendingen terugdringen aan de hand van een routekaart die de gevolgen van uitzendwerk en onzekere contracten in de twee landen in kaart brengt. 

De klacht die nu is ingediend gaat in op de verantwoordelijkheden (waaronder verplichte zorgvuldigheid op het gebied van de mensenrechten) van alle partijen die betrokken zijn bij het inzetten van werknemers via uitzendbureaus. 

Een eerlijke energietransitie

Tijdens het proces van de mondiale energietransitie is het essentieel dat Europese landen die delfstoffen importeren eisen dat de arbeidswetgeving wordt nageleefd. Alleen op die manier kan deze overgang eerlijk en rechtvaardig verlopen.   

 

Observatorium 

Samen met mijnbouwvakbonden uit Colombia heeft CNV Internationaal in 2021 een Observatorium voor Arbeidsrechten opgericht om bij te dragen aan een eerlijke energietransitie door monitoring en het delen van informatie. Door voortdurend nuttige informatie te delen, zoals tools, cases, video's, verhalen en nieuws, ondersteunen en bevorderen we sociale dialoogprocessen in Latijns-Amerika en daarbuiten.

 

Lees er meer over op de speciale website

Publicatiedatum 16 05 2022