DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Ogen en oren tekort in Cambodja

Pieter de Vente is algemeen secretaris van CNV Vakcentrale. Deze week maakt hij voor het eerst ter plekke kennis met internationaal vakbondswerk. Aflevering 1.

“In een krappe week in Cambodja een beeld krijgen van het lokale vakbondswerk. Ga daar maar eens aan staan. Na anderhalve dag merk ik dat vakbondswerk in dit land een zware opgave is. En dat om dit werk te doen lef, moed en doorzettingsvermogen nodig is. In sommige hotels heeft het lidmaatschap van een vakbond rechtstreeks consequenties voor personeelsleden. Medewerkers die lid zijn van de bond krijgen bijvoorbeeld minder salaris dan hun collega’s die het zelfde werk doen. Zomaar 10 procent eraf! En dat in een sector (toerisme) waar ook al geen minimumloon is.

Zelfs met een dienstverband van 30 jaar verdien je nog steeds hetzelfde als bij de start van je loopbaan. Protesteren helpt niet altijd, zeker niet wanneer de managers nauw gelieerd zijn aan de machthebbers van het land, die op hun beurt geen fan zijn van arbeidsrechten.

Vakbonden worden op veel manieren tegengewerkt

Blijven strijden

Toch zijn er personeelsleden van hotels die lid worden van de vakbond. Omdat ze willen blijven strijden. Omdat het beter moet worden. In ieder geval beter dan het nu is. Eigenlijk zou dit ook moeten kunnen in een land als Cambodja, dat economische groei kent. Maar in deze sector, waar de lonen per definitie laag zijn (75 dollar per maand, nog geen 60 euro), gaat dit voorlopig niet gebeuren. Er zijn ook sectoren waarin je min of meer goede voorbeelden ziet, bijvoorbeeld in de kledingindustrie. Vanmorgen bezoek ik een grote fabriek, waar onder meer sportkleding van Nike wordt gemaakt. Hier wordt het lidmaatschap van een vakbond gefaciliteerd. De vakbond heeft haar eigen vergaderzaal. Haar eigen computer. Twee uur per week krijgt men van het management om vakbondswerk te doen. Onderhandelen met je werkgever is mogelijk en vaak leidt het ook tot oplossingen. De werkplek is ruim, schoon, goed georganiseerd en overzichtelijk. Men werkt met vastgestelde productie stroomschema's en de medewerkers worden niet afgerekend op stukloon maar ontvangen een vastgesteld maandsalaris. Het minimumloon moet 177 dollar (140 euro) zijn. Het is natuurlijk anders dan bij ons, maar in de Cambodjaanse context lijkt dit een goed voorbeeld. 


Jongere generatie

Wat buiten op straat opvalt is dat er zo enorm veel jonge mensen zijn. Daar lijkt echt sprake van een oververtegenwoordiging, de meerderheid dus. Deze aanstormende generatie zou de hoop van dit land kunnen zijn. Zij zouden het verschil moeten kunnen maken. Bij het bezoek aan de ILO (internationale arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties, die ook een kantoor heeft in Phnom Penh), kwam dit gisteren ook ter sprake. Maar daar werd het grimmiger geschetst. Zij analyseren het leven hier anders. Het lijkt vredig en mensen lijken hun bestaan te accepteren zoals het is. Het straatbeeld hier in Phnom Penh is hectisch, maar komt vriendelijk over. Toch lijkt dit de oppervlakte. Het land kent enorme tegenstellingen. Het lijkt onafwendbaar dat over niet al te lange tijd de gevestigde orde in botsing komt met een generatie die de bakens wil verzetten.  Maar de gevestigde orde zit stevig in het zadel en heeft alle touwtjes in handen. Minister-president Hun Sen is al 30 jaar regeringsleider en lijkt bezig met het oplijnen van zijn eigen dynastie. Vakbondswerk in Cambodja, oren en ogen te kort.”

Pieter de Vente
Phnom Penh, 12 januari 2015

Meer berichten uit Cambodja:

Lef en doorzettingsvermogen in de cementfabriek

Cambodjaanse vakbonden verder onder druk

Geven en nemen 

Pieter de Vente is algemeen secretaris van CNV Vakcentrale en vanuit die hoedanigheid voorzitter van Stichting CNV Internationaal. Voor het eerst maakt hij kennis met het vakbondswerk en de vakbondscollega’s ter plekke.

Publicatiedatum 13 01 2015