DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Cubaans dissident bezweken

De Cubaanse dissident Wilmar Mendoza (31) stierf 19 januari in zijn cel na een hongerstaking van 56 dagen. Hij  zou ernstig zijn mishandeld. Mendoza zette zich in voor vakbondsrechten, mensenrechten en vrijheid van organisatie. In november werd hij gearresteerd en veroordeeld tot vier jaar cel, onder meer wegens ongehoorzaamheid, verzet en misdaden tegen de staat. Mendoza, gewone fatsoenlijke werknemer en vader van een gezin, behoorde tot een oppositiegroepering in de oostelijke provincie Santiago, de Cubaanse Patriottische Unie, die zich inzet  voor democratisering. Hij had verzocht om herziening van het vonnis maar werd niet gehoord. Zijn gezondheid had zwaar geleden onder de eenzame opsluiting en de hongerstaking. Uiteindelijk werd hij in het ziekenhuis van Santiago de Cuba opgenomen, waar hij donderdag bezweek. Er zijn nog steeds veel politieke gevangenen in Cuba die onder zeer slechte omstandigheden in de cel zitten. Enkel en alleen omdat ze het niet eens zijn met de regering worden zij worden afgeschilderd als misdadigers. Ook hun familie wordt dwarsgezeten en lastiggevallen. Volgens Cuba-kenner Kees van Kortenhof ontwikkelt Cuba  zichtbaar in de goede richting ... maar dan wel uitsluitend op sociaal-economisch gebied. Vorig jaar heeft president Raul Castro bijvoorbeeld een lijst van beroepen vrijgegeven die de Cubanen nu zelfstandig mogen uitoefenen. Het gaat onder meer om kappers, loodgieters en timmerlui. Ook 200 eethuisjes zijn overgedragen aan de werknemers die deze nu pachten van de staat. Met die maatregel wil president Castro een alternatief bieden voor de banen die verdwijnen bij de inefficiënte staatsbedrijven. Daar verdwijnen tot 2015 meer dan een miljoen banen.

De groepering rond Mendoza zet zich in voor vakbondsrechten, mensenrechten, en vrijheid van vereniging. 'Op dat vlak kent Cuba weinig evolutie', zegt Van Kortenhof. 'De vakbonden bij de staatsbedrijven bijvoorbeeld, spannen zich nauwelijks in voor de arbeiders die hun baan verliezen. Die werknemers worden op straat gezet met een maandloon van 19 dollar. De afgevaardigden van de officiële bonden doen weinig, omdat zij verweven zijn met het politbureau van de Cubaanse communistische partij.'

Publicatiedatum 25 01 2012