DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Sociale dialoog stokt door overstromingen

Nieuws

Driekwart Nederlanders wil geen …

Lees meer

Inmiddels is het vijf maanden geleden, maar Pakistan verkeert nog steeds in shocktoestand zegt Shouket Ali leider van vakbondsorganisatie APTUC. 20 miljoen Pakistanen werden vorig jaar augustus getroffen door de overstromingen. De overstromingen zijn een handicap voor de totale samenleving. Als vakbonden zijn we betrokken bij een hele serie hulpprojecten, met dank aan diverse vakbondsorganisaties zoals wereldvakbondsorganisatie ITUC, Education International, Public Services International en de Building and Wood Workers Intenational. We helpen mensen die hun bril, gehoorapparaat of zelfs kunstledematen kwijtgeraakt zijn. Ook helpen we met voedsel en waterzuivering.  Komt de internationale hulp aan?
Jazeker, omvangrijke internationale hulp komt aan. Dat wordt georganiseerd door de regering, grote NGO’s en internationale organisatie. Er zijn dus diverse hulpverleningsstructuren aanwezig. We denken dat het beter is dat we ons daarbij aansluiten, ook omdat we als vakbonden daar geen capaciteit voor hebben.
 
Wat zijn de prioriteiten voor de APTUC?
De All Pakistan Trade Union Congress APTUC heeft 150.000 leden. Dat lijkt misschien behoorlijk veel. Maar op een bevolking van 180 miljoen betekent dit, dat maar 5% van de werkenden georganiseerd is. ‘Het verbreden van onze basis heeft dus prioriteit’, vertelt vakbondsleider Shouket Ali. Oorzaak van dit magere percentage is dat het in veel sectoren wettelijk verboden is lid te zijn van een vakbond. Dat geldt bijvoorbeeld voor werkenden in de gezondheidszorg en het onderwijs. Slechts de helft van de Pakistanen kan lezen en schrijven. Wetgeving verbood vroeger dat werkenden boven een – nogal laag – salarisniveau lid mochten worden van de vakbond. Zij konden slechts lid worden van beroepsverenigingen voor leidinggevenden. Alleen de armste werkenden, vaak tegelijk met de minst opleiding, mochten zich aansluiten bij een vakbond. We moeten dus fors investeren in scholing en training van onze leden. Wederopbouw … dat betekent dat de getroffenen weer aan het werk kunnen?
Inderdaad, we willen nauw betrokken zijn speciaal bij terugkeer naar werk en de capaciteitsopbouw  van hen die getroffen zijn door de overstromingen. In het begin ging het vooral over het verlies van de oogst, de huizen, voorraden en bezittingen. Maar nu blijkt dat veel slachtoffers niet terug kunnen naar hun werk en ook niet in staat zijn ander werk te vinden. De meeste getroffenen hadden informeel werk, op het platteland of in kleinere plaatsen. Landarbeiders, straathandelaren, zelfstandigen zoals timmerlieden en tapijtwevers. Zij zijn na de overstromingen opgevangen op grote afstand van hun werkomgeving. Hun vroegere leefomgeving is vernietigd. Wat als de honeymoon voorbij is?
Wij maken ons vooral zorgen over de toekomst. Nu komt er nog wel geld binnen. Er is nog internationale aandacht, maar die is tijdelijk. Rampen als deze worden vaak weer snel vergeten. De ramp gebeurde in augustus. De internationale gemeenschap heeft veel gedaan. Dat waarderen we zeer. Maar nog een paar maanden, dan is de ‘honeymoon’ voorbij. En wat dan? Wat als alle infrastructuur hersteld moet gaan worden? Wat als de electriciteit uitvalt? Wat is de impact van de overstromingen op het vakbondswerk?
De ramp heeft vooral impact op de regeringsagenda. Immers er is enorme schade aan de infrastructuur, bruggen en wegen, etc. Het herstel vraagt omvangrijke overheidsinvesteringen. Dat betekent dat de regering gaat snijden in ontwikkeling en ondersteuning voor de Pakistaanse burgers. Dat betekent aan het eind van de dag minder inkomen voor de werkenden, en dus indirect schade voor de vakbeweging. De aangekondigde verhoging van de minimumlonen, die kunnen we nu wel vergeten.
De prioriteiten van de regering liggen nu ergens anders. We waren in overleg over nieuwe arbeidswetgeving over uitbreiding van de sociale zekerheid voor de informele economie. Die projecten bestaan nog steeds … op papier. Hoe kan dat ooit ingevoerd worden als het geld ontbreekt. Voor de overstromingen hadden jullie een begin gemaakt met sociale dialoog?
Ja, werknemers en werkgevers hadden een begin gemaakt met sociale dialoog via een bilateraal overlegorgaan, met steun van onder andere de VN-organisatie voor arbeid ILO. Als sociale partners waren we erin geslaagd overeenstemming te bereiken over voorstel voor vereenvoudiging van de arbeidswetgeving. Maar net toen de sociale dialoog echt betekenis kreeg, brak het geweld los en daarna volgenden de overstromingen. Nu moeten we betere tijden afwachten om de weg van de sociale dialoog te vervolgen. Kunnen jullie overal in Pakistan activiteiten organiseren?
De oorlog tegen het terrorisme veroorzaakt problemen in de twee grootste provincies Baluchistan and Khyber Pakhtunkhwa. Maar ook de rest van het land is onveilig. Vakbondsorganisaties moeten zeer voorzichtig zijn. De meeste van onze activiteiten zijn in de rustigste provincies, Sindh en Punjab. In twee andere provincies hebben we wel contacten, maar die zijn niet erg sterk. Het is zeer riskant om daar actief te zijn. Ook andere factoren maken vakbondswerk extreem moeilijk. In Pakhtunkwa hebben vrouwen bijvoorbeeld geen stemrecht. Ze worden niet geacht zich bij een vakbond aan te sluiten. Vlakbij zijn ook gebieden waar stammen de macht in handen hebben. Daar gelden andere wetten. Die omstandigheden gaan honderden jaren terug. En hoe is de positie van vrouwen binnen de APTUC?
Momenteel vormen mannen 70% van onze leden, maar we vinden vrouwelijke leden zeer belangrijk. Maar je moet wel beseffen dat wij in een conservatieve maatschappij leven. We moeten rekening houden met religieuze factoren. Bij een vakbondsbijeenkomst kun je vrouwelijke productie-arbeiders niet vragen naast mannen te gaan zitten. Hun echtgenoten of ouders zouden dat niet toestaan. We zijn gestart met het uitnodigen van vrouwen (niet alleen werkende vrouwen) voor bijeenkomsten waar we discussieren over het recht op onderwijs, sociale zekerheid en andere onderwerpen die de hele familie raken. Aan deze bijeenkomsten kunnen vrouwen wel deelnemen en hier voelen zij zich op hun gemak. Beetje bij beetje bouwen we zo een vertrouwensband op met deze vrouwen en hun familie. Iedereen weet dat zij daar veilig zijn ook al zijn ze buitenshuis. En dan kunnen we ook andere onderwerpen gaan bespreken.

APTUC leider Shouket Ali (midden) bij voorlichtingsactiviteiten (bewerking van een interview door Samuel Grumiau van wereldvakbondsorganisatie ITUC)

Publicatiedatum 27 01 2011