DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Cubaanse vakbondsleiders al zeven jaar gevangen

Van alle landen waar CNV Internationaal onafhankelijke vakbonden steunt, neemt Cuba een  bijzondere plaats in. Onafhankelijk vakbondswerk is verboden en vrijwel onmogelijk. Sinds de arrestatie van 75 vakbondsleden, journalisten en andere dissidenten op 18 maart 2003 probeert het CNV hen op alle mogelijke manieren te steunen en vrij te krijgen. Tot op heden zitten 55 van hen nog steeds vast. De omstandigheden in Cubaanse gevangenissen zijn verschrikkelijk zoals Victor Arroyo vertelt. Vakbondsleider Pedro Pablo Alvarez is voorjaar 2008 vrijgelaten. Maar zes andere vakbondsleiders zitten inmiddels al bijna zeven lange jaren gevangen. Horacio Julio Piña Borrego, Victor Rolando Arroyo Carmona, Adolfo Fernandez Sainz, Alfredo Felipe Fuentes, Luis Milan Fernandez en Blas Girardo Reyes Rodriguez werden gearresteerd vanwege hun activiteiten voor de onafhankelijke vakbondsorganisatie CUTC. Na schijnprocessen zijn zij veroordeeld tot tientallen jaren gevangenisstraf. Victor Arroyo vertelt over zijn cel
Victor Rolando Arroyo was actief in de niet getolereerde vakbond CUTC in Cuba. Hij woonde in Pinar del Rio maar verblijft sinds april 2003 in een gevangenis in Guantánamo, 1.000 kilometer van zijn woonplaats. Hij is vanwege zijn oppositionele rol veroordeeld tot 26 jaar gevangenisstraf. Arroyo zat al twee keer eerder gevangen. In 1996 werd hij veroordeeld vanwege de publicaties o.a. over de omstandigheden waaronder in de provincie Pinar del Rio tabak wordt gekweekt voor de beroemde Habanas.  Arroyo beschrijft zijn situatie in zijn cel: 'Ik woon in een ommuurde cel van 3.30 meter breed,10.4 meter lang en verdeeld in twee gedeelten. Het eerste deel bestaat uit de slaapkamer van 7.7 meter lang, met een totaal van 25.4 m2. Daar bevinden zich twee rijen stapelbedden van 3 hoog waar 18 mensen kunnen slapen. De stapelbedden zijn 1.95 lang en 0.70 cm breed. De stapelbedden nemen een ruimte in van 8.2 m2. Tussen de rijen blijft er een kleine loopruimte over van 17.2 m2. Dit houdt in dat elke gevangene een ruimte voor zichzelf over houdt van 0.90 cm, wanneer hij niet in zijn bed ligt. De stapelbedden bestaan uit een ijzer raamwerk met houten planken waarin de kakkerlakken zich vermenigvuldigen, maar die men tolereert omdat deze beestjes de uitbreiding van luizen, vlooien en andere plagen tegenhouden. De matrassen, die overigens niet iedereen heeft, zijn van schuim of simpelweg een zak gevuld met stro. Er zijn geen kluisjes of kasten en daarom staan de belangrijkste basisbehoeften aan eten op de grond tussen koffers en zakken. Het plafond en de muren zijn bewerkt met kalk, die voor menige gevangene al schaafwonden heeft veroorzaakt en de vloer is van ruw cement. Over het algemeen is de vloer beschadigd en onder de stapelbedden zitten gaten die in eerste instantie gemaakt zijn door de gevangenen om dingen te verstoppen maar waar nu ratten en muizen in huizen. De verlichting is onvoldoende en het zijn de gevangenen zelf die zorgen voor de weinige gloeilampen die er zijn, omdat de directie zegt niet over gloeilampen te beschikken. Dit gebeurt vreemd genoeg ook met de schoonmaakmiddelen. Elke gevangene ontvangt twee stukjes zeep per maand en een kleine tube tandpasta in de twee maanden. De levering van deze zaken gebeurt onregelmatig en de kwaliteit van de spullen is slecht. In de winter ontvangen we een sprei en een hemd van gewatteerde stof, waarvan men zegt dat deze gedoneerd zijn door andere landen. Aan het begin van de zomer worden deze weer opgehaald. In het kamertje bevinden zich meer dan 18 personen die op de grond slapen. Er staan geen stoelen of banken met de rechtvaardiging dat deze ruimte in beslag nemen. De tweede ruimte bestaat uit de badkamer van 2.70 bij 2.30 meter, met een oppervlakte van 9 m2. Daar bevind zich het riool, een cementen bak en een wasruimte zonder deur, gordijn of zelf een kraan. Het water wordt sporadisch bevoorraad in tanks, emmers of blikken. Het water in de gevangenis van Guantánamo heeft geur, kleur en smaak, maar niet één van deze kwaliteiten zijn aangenaam. Je wast je kleding en hangt deze op binnen deze ruimte uit angst voor diefstal. De ventilatie komt door enige gaten waardoor ook de regen, stof, roet en de muggen komen. Er is geen vermaak, behalve dan het weinige dat door familieleden wordt meegebracht. Er is geen lectuur en de tv mag pas aan na 18.00 uur. Er zijn 2 televisies op meer dan 200 gevangenen in een gebouw met 4 verdiepingen. Om tv te kunnen kijken gaat iedereen zitten als een tonnetje in te kleine ruimten. '

Victor Arroyo

Publicatiedatum 12 03 2010