DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Wat de reisgidsen niet vertellen - Weblog Indonesië 3

Ik verheugde me erg op het bedrijfsbezoek, Anderhalf uur door massieve files en dan kijken hoe men in Indonesië tapijten van PVC maakt. De Chinese directrice ontvangt ons hartelijk. Bij onze vraag of we de fabriek mogen zijn verstrakt ze lichtelijk. Nou nee het topmanagement vindt het niet goed. Het komt nu niet goed uit. ‘Waarom niet?’, vragen wij. De kwaliteit van de lucht is niet optimaal, zegt ze.

Aan de vakbondskaderleden die werken in de fabriek, vragen we hoe de “sociale dialoog” in het bedrijf verloopt. ‘Goed,’ zeggen ze, ‘nog niet zolang geleden hebben we in één week een nieuwe CAO afgesloten.’ De directrice knikt met een flauwe glimlach. “En met de veiligheid en gezondheid?’, vragen wij door. ‘Ook goed’, antwoorden de vakbondsleden. ‘Zeker,’ vult de Chinese dame aan. ‘Onze werknemers drinken visolie en melk.’ ‘Hoezo?’, vragen wij? ‘Om de giftige stoffen uit het lichaam af te voeren,’ reageert ze… Het volgende bedrijf bedrukt verpakkingen. In een uitstalkast een keur aan vrolijk bedrukte doosjes waarin lampen van Philips en koffies van Nestlé thuishoren. Binnen staan koekjes en zit 20 man personeel waaronder een groot aantal jonge vrouwen en een manager klaar. Het onderwerp is equality. Met de gelijkheid gaat het best goed, daar. Vrouwen worden gelijk betaald en hebben gelijke rechten als mannen. Prima voor elkaar, vindt iedereen. Op de vraag of we de fabriek even mogen zien, haast de manager zich weg. Bij terugkomst meldt hij dat het hoger management helaas geen toestemming geeft. Naar meer argumenten vragen we maar niet. Toch onbegrijpelijk, want met openheid kun je veel goodwill verdienen, weten wij inmiddels. Tenzij je wat te verbergen hebt natuurlijk.

Indrukwekkend is onze ontmoeting met de informele sector, zoals dat hier heet. In dit geval met een tiental moto-taxi-drivers. Mannen, want dat zijn het, die hun brood verdienen door hun brommer als taxi verhuren. De Indonesische variant van onze ZZP-er. Maar dan zonder enig recht, Althans tot voor kort. Inmiddels heeft Indonesië, dankzij vakbondsorganisatie SBSI, een unieke sociale zekerheid voor de informele werkers. Zij betalen premie aan de vakbond. Die sluist dat door naar de overheid. Zo kunnen zij zich nu verzekeren tegen ziektekosten en inkomstenderving bij ziekte. De uitkering is dan 80 dollar per maand. Dat is vaak meer dan de mannen zelf per maand verdienen. Daar gaat dan nog de lening voor de brommer en de premie voor de sociale zekerheid vanaf. Blijft over 30 dollar om met je familie van te leven. Indonesië is een goedkoop land, maar dit grenst aan de absolute armoede. Vakbondscontributie kan er dan ook niet meer van af. De bond begrijpt dat en investeert, met steun van het CNV,  toch in de moto-taxi-drivers. Velen volgen de training arbeidsrecht, om later weer beter aan een vaste baan te komen. Want dat willen ze toch allemaal. Een beetje meer zekerheid van werk en inkomen.
Onder de indruk gaan we terug naar de grote stad. Uitgezwaaid door een groep hartelijke mannen met brommers.. Bert van Boggelen, 10 april 2010 Waarnemend CNV voorzitter Bert van Boggelen blogt vanuit Indonesië waar hij tot 13 april op bezoek is bij de Indonesische vakbondsorganisatie SBSI. CNV Internationaal steunt het werk van de SBSI financieel en door middel van training en advies. Alle weblogs:

Publicatiedatum 10 04 2010