DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Brief uit Nepal 2 - Zand op je hoofd

Verhaal

Van staking naar sociale dialoog in Mali

Lees meer

Kathmandu, oktober 2009, Jan Ridder. "Maoïsten hebben de naam 'hardliners' te zijn: wij zijn dat niet. De sociaal-democraten hier praten veel en doen niets: Wij praten en doen daarna ook wat we zeggen. Onze idealen verschillen niet veel van de sociaal-democraten, onze daden wel".

Glashelder was de analyse van Algemeen Secretaris Ganesh van de maoïstische vakcentrale vanmiddag voor ons. Ik ben op bezoek in Nepal om de situatie te verkennen nadat onze partner DECONT samen met de NTUC een nieuwe vakcentrale, de NTUC-I heeft opgericht. Als je verkent, praat je met iedereen en dit was natuurlijk qua ideologische achtergrond een extra boeiend gesprek. Voor een belangrijk deel is zijn constatering waarschijnlijk terecht. Andere opmerkingen van Ganesh zijn niet erg handig, want aantoonbaar onjuist. Zijn maoïstische confederatie zou 1,1 miljoen leden hebben. En hij beweert dat de maoïstische guerrilla’s  in de bijna-burgeroorlog die pas kort geleden is afgelopen, zich wèl aan de Geneefse conventie hebben gehouden (in tegenstelling tot het leger)
 
Feest van het licht
Deze ochtend bezoeken we een tapijtweverij. Er is plek voor 60 werkers. Maar er zijn slechts 20 wevers aan het werk. De rest is vrij vanwege de religieuze feesten deze maand. Volgend weekend is het "Tihar", het Feest van het Licht. Zoals vaak zien we waar we kunnen en mogen komen niet de slechtste arbeidsomstandigheden, noch de slechtste werkgever. Maar we hebben wel een heel goed gesprek, met een sterke en capabele vakbond, die sterk behoefte heeft aan meer steun in de wetgeving. Loon per vierkante meter
Prachtige weefgetouwen, hier nog ambachtelijk werk. Wat ook bijzonder is: jonge mannen en vrouwen werken naast elkaar. Ze halen het minimumloon, maar dan moeten ze wel 15 uur per dag werken, 7 dagen per week. En dan in stukloon, betaald per vierkante meter. 12 jaar en 20 kilo zand op je hoofd
Kinderarbeid komt hier veel voor, maar dat krijg je tijdens een eerste bezoek niet te zien. Wel gewoon op straat: een jongen van 12 die zeker 20 kilo zand in de bekende Nepalese draagmand, met een band om zijn voorhoofd gedragen, naar een bouwplaats brengt. Ook de stenensjouwers mogen nog niet alleen in de Piranha van de Efteling, schat ik.
 
Vandaag heb ik voor het eerst echt het gevoel weer terug te zijn in Nepal. Ik zie eindelijk iets bekends, ook heel erg mooi, trouwens. Vanuit de auto kijk ik door een steegje. In een flits herken ik de prachtige, beroemde boeddhistische tempel van Boddnath, een stupa, een halve bol met daarop indringende ogen geschilderd en op het hoogste punt een gouden piek. De bond van expeditiesherpa’s
Destijds als student op stage hier in Nepal maakte het bezoek aan deze stupa, alle gebedsmolens, de vlaggen, en ook al die apen grote indruk. De stupa is erg oud, en erg interessant voor toeristen. En dat brengt dan mooi weer geld in het laatje voor het land en veel werk voor veel Nepalezen. Werk aan de winkel dus ook weer voor de horeca bonden. Er is zelfs ook een speciale bond voor trekking gidsen en expeditiesherpa’s.
 
Vandaag spreek ik ook de andere kant van de tafel. Een fatsoenlijke werkgeversorganisatie bestaat hier nog niet, maar de Kamer van Koophandel vangt die leemte goed op, zowel op regionaal als nationaal niveau. De vice-voorzitter maakt twintig minuten vrij voor een monoloog. Hij schildert daarin de bonden af als onverantwoordelijk. Dat klopt deels. Radicale clubs schromen niet om het minimumloon te willen vertienvoudigen. Hij beweert vervolgens dat Nepalezen niet willen werken. Kijkt hij wel eens op straat vraag ik me af. 'Nou ja, in de informele sector dan wel', geeft hij toe. ‘ Maar als je hen een vast contract geeft dan komen ze helemaal niet meer, behalve om hun loon op te halen. Ontslaan kun je ze ook niet.’

We lossen het samen wel op
Kortom, een heldere en verfrissende kijk op de situatie na al het vakbondsjargon. Nadat meneer de vice-voorzitter vertrokken is, nuanceert zijn directeur 'industriële verhoudingen', sociale dialoog in ons jargon, keurig de situatie. Hij heeft zeker wel vertrouwen in de drie belangrijkste bonden, waaronder de maoïsten. Die in tegenstelling tot hun naam verrassend pragmatisch kunnen zijn, en tot compromissen bereid. Hij is ervan overtuigd dat ze er op tijd uitkomen, meer nog dan die drie bonden die ik eerder ook sprak.  Zo'n 80% is geregeld. Er resteren 'nog enkele losse eindjes. Maar dat lossen de bazen van werkgevers en bonden wel op binnenkort'. Bij zo'n strofe schieten bij een Nederlander toch minstens de wenkbrauwen omhoog, na de taferelen onlangs voor het SER gebouw met onze werkgevers. Maar goed, hier zijn in ieder geval de werkgevers al om, lijkt het.
 
Zou het echt zo gaan lukken als deze man denkt, en zoals heel veel vakbondsmensen en verwante groepen hopen? Dat zou een geweldige steun zijn voor het proces rond de grondwetsherziening dat in mei uiterlijk af moet zijn.  Het armste land van Azië
Op dit moment gaat het economisch erg slecht in Nepal. Dat komt door de politieke patstelling. En daarnaast door geweld in het zuiden, waar onvervalste bendes huishouden, soms met politieke bescherming. De productie en werkgelegenheid dalen angstwekkend, investeerders worden afgeschrikt. En dat terwijl er ieder jaar 400.000 werkzoekers bijkomen. De informele economie (mensen zonder contract, vast salaris etc.) bedraagt 90% (!) van de gehele economie.
 
Op overheid, werkgevers èn bonden rust de grootse taak om snel orde op zaken te stellen. Anders gaat het armste land van Azië nog verder te gronde. Als zij doen wat voor het land nodig is, en dat voorbeeld van samenwerking door de politiek wordt opgevolgd of liefst, dat de politiek het hen voordoet, dan kan de economie weer geleidelijk uit het slop komen.
 
Het Vreemdelingenlegioen van de Britten

Het leger in Nepal is overigens zeer professioneel. De beroemde Ghurka's zijn het "Vreemdelingenlegioen" voor de Britten. Zij zijn nog steeds actief in al hun oorlogen, van de Falklands tot in Irak. Nepal is daarnaast zelfs de derde leverancier voor de UN-vredesmissies. Het leger is altijd buitengewoon loyaal geweest. Zelfs toen vorig jaar 9 maanden een maoïst premier was, toch niet meteen de beste vriend van de generaals, zeker in Azië.  Wanneer politiek en maatschappelijke organisaties niet hun zaken op orde brengen en dus Nepal echt naar de afgrond duwen, dan kan ook voor dat leger de maat wel eens vol raken. Zo ver is het nog lang niet: wel duidelijk is dat er actie moet komen. Er is in ieder geval bereidheid bij de sociale partners om hun plicht te doen. Nu de politiek nog. Benieuwd hoe dat verder gaat lopen.  Hartelijke groeten,   Jan Ridder, Programmamedewerker Azie bij CNV Internationaal
Kathmandu, oktober 2009

Publicatiedatum 14 10 2009