DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Cubaanse vakbondsleiders al 6 jaar in de cel

Van alle landen waar CNV Internationaal onafhankelijke vakbonden steunt, neemt Cuba een  bijzondere plaats in. Onafhankelijk vakbondswerk is verboden en vrijwel onmogelijk. Sinds de arrestatie van 75 vakbondsleden, journalisten en andere dissidenten op 18 maart 2003 probeert het CNV hen op alle mogelijke manieren te steunen en vrij te krijgen. Tot op heden zitten 55 van hen nog steeds vast, vandaag al 6 lange jaren. Onder de gevangenen zijn er zes die vastzitten vanwege hun pogingen om in Cuba vrij en onafhankelijk vakbondswerk van de grond te krijgen, het zijn:

Víctor Rolando Arroyo Carmona - 26 jaar cel
Luis Milán Fernández - 15 jaar cel
 Adolfo Fernández Sainz - 15 jaar cel
 Blas Giraldo Reyes Rodrígues - 25 jaar cel
 Alfredo Felipe Fuentes - 26 jaar cel
 Horacio Julio Piña Borrego - 20 jaar cel Om gezondheidsredenen voorwaardelijk vrijgelaten zijn:
  • Oscar Espinosa Chepe (Econoom CUTC) -  20 jaar cel
  • Carmelo Díaz Fernández (Pers en publiciteit CUTC)  15 jaar cel
Zij zijn allemaal gearresteerd vanwege hun activiteiten voor de onafhankelijke vakbondsorganisatie CUTC. Na schijnprocessen zijn zij veroordeeld tot tientallen jaren gevangenisstraf. De omstandigheden in Cubaanse gevangenissen zijn verschrikkelijk. Moeizame communicatie
De Cubaanse vakbondspartner van CNV Internationaal is de CUTC. Het contact dat in 1999 tot stand kwam, is nooit makkelijk geweest. Om het werk van de Cubaanse vakbondscollega’s te ondersteunen, moet steeds alle voorzichtigheid in acht worden genomen.
Vrijgelaten maar verbannen uit Cuba
In februari 2008 is vakbondsleider Pedro Pablo Alvarez 'vrijgelaten', maar hij mag niet in zijn land blijven. De Cubaanse autoriteiten zetten hem direct op het vliegtuig naar Spanje, waar hij nu in ballingschap leeft. Hoe zwaar Alvarez het mentaal en fysiek ook gehad heeft in de gevangenis, hij peinst niet over opgeven. Bij aankomst in Madrid zei hij 'Als ik 15 jaar jonger geweest was had ik geweigerd mijn land te verlaten, en had ik samen met mijn vrienden de gevangenisstraf verder gedragen. Vanuit Spanje blijf ik mij inzetten voor gewone werkende mensen in Cuba.'  Buitenlandse investeringen
Buitenlandse investeerders dansen volgens Alvarez nog steeds volledig naar het pijpen van de regering. In Cuba kunnen ze alleen joint ventures vormen met Cubaanse overheidsbedrijven. De regering selecteert de werknemers. Alvarez: ‘Het grootste gedeelte van het salaris dat de werknemers in deze joint ventures verdienen, gaat naar de staat. Dat is tegen alle internationale arbeidsrechten in. Buitenlandse investeerders verdienen over de rug van de Cubaanse werknemer hun geld. Bovendien worden de joint ventures streng gecontroleerd. Brede handelsmissies
Alvarez zou graag zien dat handelsmissies uit Nederland breed samengesteld zijn uit politiek, vakbonden en bedrijven. Eind jaren negentig was dat het geval. Onder toenmalig staatssecretaris van economische zaken Ybema waren het zowel bedrijven als vakbonden die de mensenrechtensituatie in Cuba aan de orde stelden en met dissidente groeperingen praatten. ‘Op dit moment is geld verdienen de belangrijkste norm’, concludeert de verbannen vakbondsleider. Acties stoppen pas als gevangenen vrij zijn
Het CNV is ervan overtuigd dat zij de strijd niet mag opgeven. “De acties stoppen pas als de gevangenen zijn vrijgelaten. Het is belangrijk dat wij ons blijven inzetten voor vreedzame verandering op Cuba. Want het terugtreden van Fidel Castro heeft nog niet geleid tot werkelijke verbetering van de leefomstandigheden en naleving van de werknemersrechten op Cuba. Al zijn bijvoorbeeld mobiele telefoons en computers nu wel te koop. Vrijwel geen Cubaan is in staat die te betalen. Ook zijn er maar weinig mensen die toegang tot internet hebben.  

Publicatiedatum 23 03 2009