DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Ondernemen in Cuba schept verplichtingen

Maandag 10 maart is een Nederlandse handelsdelegatie van ongeveer dertig personen naar Cuba vertrokken. Volgens het Nederlandse Centrum voor Handelsbevordering, die het bezoek in samenwerking met de Cubaanse autoriteiten organiseert, is de conjunctuur zeer gunstig. De ondernemers rekenen erop dat de nieuwe machthebbers in Cuba economische hervormingen zullen doorvoeren en dat het investeringsklimaat zal verbeteren. Ondanks de economische steun van Venezuela, heeft Cuba de buitenlandse investeerders immers hard nodig om haar starre planeconomie uit het slop te halen. De Nederlandse ondernemers zouden zich echter niet alleen door hun zakelijke belangen moeten laten leiden, maar ook hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen. De verwachtingen van de ondernemers zijn hoog gespannen, maar van structurele economische hervormingen is tot nu toe nog geen sprake. Pas als er vakbonden en werkgeversorganisaties kunnen gaan functioneren zou er sprake zijn van een economische opening. Ook de mensenrechtensituatie is nog niet wezenlijk verbeterd. Het repressieve apparaat draait op volle toeren en het land telt 250 politieke gevangenen, onder wie vakbondsleiders en mensenrechtenactivisten. Voor de Europese diplomatieke dienst is het jarenlang niet of nauwelijks mogelijk geweest om de progressieve krachten binnen het regime te voeden. De deelnemers aan de komende handelsmissie hebben deze mogelijkheid wel. In hun gesprekken met de Cubaanse autoriteiten kunnen ze drie belangrijke thema's aan de orde stellen. Morele grenzen aan samenwerking met Cubaans regime
In de eerste plaats zouden de toekomstige Nederlandse investeerders aan hun Cubaanse gesprekspartners duidelijk kunnen maken dat ze morele grenzen stellen aan hun samenwerking met het regime. Buitenlandse investeerders worden veelal gedwongen tot participatie in een joint venture met een (semi)overheidsinstelling, zoals het leger. De Cubaanse regering is voor 51% eigenaar van deze 'gemengde bedrijven', en dwingt de buitenlandse investeerder tot deelname aan de repressieve activiteiten. Partijleden worden ingezet om de Cubaanse werknemers op de werkvloer te controleren, en buitenlandse investeerders staan toe dat de geheime dienst onder andere actief is in hotels. De Cubaanse dissident Oswaldo Paya en andere leden van de democratische oppositie ontdekten een jaar geleden in hun huizen zelfs afluisterapparatuur die geplaatst was door een Italiaans-Cubaanse joint venture. Gedwongen schending internationale arbeidsverdragen
Een ander belangrijk gespreksonderwerp moet het internationaal arbeidsrecht zijn. Buitenlandse investeerders in Cuba worden gedwongen de internationaal erkende arbeidsverdragen, die overigens ook door Cuba zijn geratificeerd, te schenden. Cubaanse werknemers hebben bijvoorbeeld niet de vrijheid om hun eigen baan te kiezen. De investeerders moeten hun lokale personeel aantrekken via de uitzendbureaus van de staat, die alleen 'politiek betrouwbare' werknemers accepteren. Hun lokale werknemers moeten een contract tekenen waarin ze beloven de communistische partij te zullen steunen, op straffe van ontslag. Bovendien moeten de werknemers lid zijn van de officiële vakbond CTC, die onder controle staat van de communistische partij. Ze mogen zich niet onafhankelijk van de partij organiseren. De werknemers wordt daarmee het recht ontzegd zicht te organiseren in een vakbond naar keuze, te onderhandelen, te staken, of zich te beklagen over superieuren. Dialoog over politieke en economische rechten
In de laatste plaats kunnen de deelnemers aan de handelsmissie de dialoog aangaan met de autoriteiten en met de democratische oppositie in Cuba, over politieke en economische rechten van de Cubaanse bevolking. Een groot deel van de Cubanen moet rondkomen van nog geen tien Euro per maand, en wordt de mogelijkheid ontzegd om door middel van particulier initiatief verbetering te brengen in hun situatie. Onafhankelijke sociale organisaties krijgen nauwelijks de ruimte om hun werk te doen, en hun leiders en leden worden op vele manieren onderdrukt. Illustratief is het feit dat de vier chronisch zieke dissidenten - slachtoffers van de arrestatiegolf van maart 2003 - bij hun recente vrijlating gedwongen werden in Spanje in ballingschap te gaan. Vanuit Europa zullen ze geen wezenlijke bijdrage aan de opbouw van de sociale organisaties kunnen leveren. Toch zal Cuba een sterk en onafhankelijk middenveld nodig hebben om een zachte landing van een toekomstige politieke transitie mogelijk te maken. Hiermee is niet alleen de Cubaanse samenleving, maar zijn ook de buitenlandse ondernemers gediend. Inzet voor democratische toekomst Cuba
De ondernemers staan voor de grote uitdaging om een bijdrage te leveren aan het vormgeven van de economische en politieke toekomst van Cuba. Om deze rol overtuigend te kunnen spelen, zullen de Nederlandse ondernemers de moed en visie moeten hebben om de dialoog aan te gaan met alle betrokken partijen binnen en buiten Cuba. De hier onder genoemde maatschappelijke organisaties nodigen de (potentiële) Nederlandse investeerders van harte uit om zich gezamenlijk in te zetten voor een democratische toekomst van de Cubaanse bevolking. Jan Gruiters, directeur IKV Pax Christi
René Paas, voorzitter CNV
Jan Willem Bertens, voorzitter CLAT Nederland
Jan ter Laak, CubaFuturo
Kees van Kortenhof, Glasnost in Cuba Agendatip
Kom naar de wake en het debat op dinsdagavond 25 maart 2008 in de Arminiuskerk in Rotterdam over de transitie en economie op Cuba. 
 

Publicatiedatum 14 03 2008