DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Mede verantwoordelijk voor uitbuiten kinderen

Nieuws

Driekwart Nederlanders wil geen …

Lees meer

Wereldwijd werken 218 miljoen kinderen onder de veertien jaar. Ze schaden hun gezondheid en kunnen niet naar school, zodat wij goedkoop kleding, thee, chocola en sieraden kunnen kopen. Alleen als deze kinderen zich kunnen ontplooien, kan de maatschappij zich ontwikkelen en kan de vicieuze cirkel van blijvende armoede worden doorbroken. Dat vraagt om actie van vakbonden, consumenten, bedrijven en overheid. Door de huidige wereldhandel zijn er talloze gezondheidsmaatregelen, veiligheidsvoorschriften, wetten, regels en product¬eisen bij gekomen. Maar over de arbeidsomstandigheden waaronder speelgoed, kleding, chocola en huishoudelijke apparaten worden gemaakt, weten we vaak niks. Waren er bijvoorbeeld kinderen betrokken bij de productie van het speelgoed waar loodhoudende verf op zat? Mogen we in onze democratie, waarin mensenrechten en vrijheid hoog in het vaandel staan, überhaupt accepteren dat er nog zoiets als kinderarbeid bestaat? Door het accepteren en profiteren van oneerlijke handel is de westerse wereld (dus ook Nederland) medeverantwoordelijk voor het niet naleven van fundamentele arbeidsnormen, waardoor wereldwijd mensen en kinderen worden uitgebuit. Het is hoog tijd dat we oneerlijke handel aanpakken. Rol ouders cruciaal
In tal van ontwikkelingslanden worden kinderen uitgebuit en onder druk gezet om werk te doen dat eigenlijk te zwaar voor hen is. Alleen al in Indonesië werken bijna zevenhonderdduizend kinderen als hulp in de huishouding. Ze maken lange dagen en hebben vaak te maken met seksueel en fysiek geweld. Het CNV pleit voor internationale naleving van de fundamentele arbeidsnormen, om uitbuiting en kinderarbeid tegen te gaan. De rol van de ouders hierin is cruciaal. Ouders zonder werk en geld kunnen niet goed voor hun kinderen zorgen. Als gevolg daarvan moeten kinderen werk doen dat te zwaar is en waarvoor ze te jong zijn. Ouders moeten dus een menswaardige baan hebben met voldoende inkomen om hun kinderen te kunnen voeden en naar school te sturen. Rol van de vakbonden wereldwijd
Hier ligt een belangrijke taak voor de vakbond: die kan gesprekspartner zijn in de loononderhandelingen, maar ook meepraten over veiligheid en gezondheid op het werk. Daarnaast heeft de vakbond een rol in het signaleren van kinderarbeid en lobbyen voor kwalitatief en toegankelijk onderwijs. Het CNV steunt vakbonden in Sri Lanka, Pakistan en India, die zich inzetten om kinderarbeid in de bouw, plantages en fabrieken uit te bannen. Organisaties tekenen Waterloo-plein Akkoord
Het CNV vindt het een goede zaak dat de ChristenUnie haar invloed als regeringspartij aanwendt om een actiepunt te maken van de mondiale strijd tegen armoede en kinderuitbuiting. Daarom steunt het CNV van harte de AmazingGrace-bijeenkomst over kinderarbeid, vandaag in de Amsterdamse Zuiderkerk. Tijdens deze bijeenkomst tekenen de deelnemende maatschappelijke organisaties een document tegen kinderuitbuiting, het Waterloopleinakkoord. Verantwoordelijkheid bedrijven in de productieketen
Ook het bedrijfsleven moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Vanaf het moment dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) in zwang kwam, zijn er allerhande gedragscodes en richtlijnen opgesteld. Het vaststellen van bepaalde minimumnormen is één stap. Belangrijker is dat het beleid dat daaruit voortkomt, in álle processen wordt geïntegreerd. Het CNV vindt dat elk bedrijf de verantwoordelijkheid heeft om toeleveranciers en producenten aan de naleving van de normen te houden en daarop te controleren. Vooral in de sectoren waarvan bekend is dat er kinderarbeid in de keten voorkomt, is het gerechtvaardigd dat bedrijven verplicht worden inzicht te geven in de productieketen. Multinationals moeten zich gezamenlijk inspannen om kinderen naar school te krijgen en erop toezien dat ze niet misbruikt worden als goedkope arbeidskrachten. Overheid heeft voorbeeldrol
Ook de overheid moet op een maatschappelijk verantwoorde manier opereren. Nederland moet andere overheden consequent aanspreken op de ratificatie van internationaal relevante normen en vooral op de naleving ervan. Als we van bedrijven verwachten dat ze maatschappelijk verantwoord ondernemen, dan mogen we hetzelfde van de overheid verwachten. Dat betekent dat de overheid bij handelsverdragen moet wijzen op de naleving van werknemersrechten en het uitbannen van kinderarbeid. Daarbij kunnen de gezagsdragers een voorbeeldrol op zich nemen. Sociale dimensie van globalisering
De globalisering creëert verantwoordelijkheden en mogelijkheden om handel duurzaam en eerlijk te maken. Internationale handel, buitenlandse investeringen, het uitbesteden van werk en allerhande communicatiemogelijkheden verbinden de wereld en maken het mogelijk dat productieketens wereldwijd verspreid zijn. Dit biedt kansen. Via deze lijnen kan ook invulling worden gegeven aan de sociale dimensie van globalisering: het realiseren van waardige werkgelegenheid met erkenning van de arbeidsnormen en het uitbannen van kinderarbeid. Lees meer: Het Waterloo plein Akkoord - Stop Kinderarbeid - Eerlijke handel Rienk van Splunder is vicevoorzitter van het CNV en was zaterdag 29 september 2007 een van de sprekers op een manifestatie in de Zuiderkerk in Amsterdam tegen kinderarbeid. Bovenstaand artikel staat ook in het Nederlands Dagblad van zaterdag 29 september

Publicatiedatum 01 10 2007