DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Huishoudelijk |werk campagne: een tussenstand

Verhaal

Van staking naar sociale dialoog in Mali

Lees meer

Dozen vol gele handschoenen staan inmiddels naast het bureau van campagneleidster Rita Dieleman. Met handtekeningen van onder meer CNV-voorzitter René Paas, premier Balkenende, minister van sociale zaken Donner, FNV-voorzitter Agnes Jongerius, De handschoen is het symbool van de campagne van CNV Internationaal  ‘Maak huishoudelijk werk schoon!’ Wie de handschoen tekent, steunt de strijd van CNV Internationaal voor een betere positie en arbeidsomstandigheden van huishoudelijk werkers wereldwijd.

De strijd om huishoudelijk werkers dezelfde rechten te geven als ‘gewone’ werknemers, is is een strijd die veel mensen aanspreekt. Binnen 2 maanden zijn er al bijna 10.000 handschoenen binnen en hebben honderden mensen de petitie via de speciale website www.schoonwerk.nl ondertekend. En dat is nog maar de tussenstand… In november worden de handtekeningen en handschoenen overhandigd op 2 plekken: in Den Haag aan de ambassadeur van Sri Lanka en in Sri Lanka zelf aan de NCW (National Workers Congres), de organisatie die zich inzet voor verbetering van de positie van huishoudelijke werkers. Uitwisseling maakt indruk
Rita Dieleman houdt als projectleider van de campagne Maak Huishoudelijk Werk schoon! het overzicht op alle ontwikkelingen. De lancering van de speciale website (www.schoonwerk.nl), de mailing naar 15.000 leden van het CNV en de inrichting van het CNV-plein op Festival Mundial zijn voorlopige hoogtepunten. Maar ook de bijeenkomsten waarin met leden en bestuurders van CNV bonden en van collega-bonden in ontwikkelingslanden is gesproken over het thema, maken indruk. Huishoudelijk werkers overal moeilijk bereikbaar
Ook de partnerorganisaties in ontwikkelingslanden laten zich niet onbetuigd. Vier partnerorganisaties uit Azië en Afrika hebben al actie ondernomen om de positie van huishoudelijk werkers te verbeteren. Tijdens een speciale themaweek over de positie van vrouwen in juli zijn Latijns Amerikaanse partners uitgenodigd om projecten in te dienen. De verschillen tussen landen zijn groot. Voor sommige bonden is het de eerste keer dat ze met dit thema bezig gaan. Terwijl in andere landen bijna tien jaar geleden de eerste speciale bond werd opgericht voor huishoudelijk werkers. Maar alle vakbonden lopen tegen hetzelfde probleem aan: De groep huishoudelijk werkers is moeilijk te bereiken en te organiseren. Tips via de radio
Iedereen heeft dan ook zijn eigen manieren om toch in contact te komen en de positie te versterken. In Panama bijvoorbeeld door een goed beluisterd radioprogramma waarin tips gegeven worden aan huishoudelijk werkers. Voordeel: radio luisteren kan ook als je aan het werk bent. In Honduras worden op zondag op centrale plaatsen goed bezochte bijeenkomsten georganiseerd. Er worden ervaringen uitgewisseld, maar ook informatie gegeven over rechten. In Paraguay moeten ze het hebben van kleinschaliger bijeenkomsten, omdat in het land een samenscholingsverbod geldt. Maar hier geven ze weer wel workshops en cursussen voor een betere positie op de arbeidsmarkt.     Latijns-Amerikanen brainstormen in Amersfoort
Hoe je als vakbond kunt bijdragen aan een betere positie van huishoudelijk werkers, verschilt dus ook per land. Veel hangt ook af van de situatie in het land en de specifieke behoeften en wensen van de huishoudelijk werkers. Tijdens een seminar in Amersfoort van vakbondsorganisaties uit Latijns Amerika werd er gebrainstormd: Over wat er zou moeten veranderen? Wat zou de vakbond kunnen doen. Het leverde vele uiteenlopende ideeën op. Bijvoorbeeld dat vrouwen zich gesteund moeten voelen als ze gaan werken. Dat er cursussen moeten komen voor alfabetisering of bijvoorbeeld onderhandelen. Ook moet er meer informatie komen over arbeidsrechten, arbeidsomstandigheden en gezondheid. De vicieuze cirkel van huishoudelijk werkers
Rode draad is dat er meer gedaan moet worden om de vicieuze cirkel te doorbreken waarin huishoudelijk werkers vaak zitten. En dat er meer aandacht moet zijn voor zelfvertrouwen en eigenwaarde. Wie dagelijks genegeerd wordt, vernederd of buitengesloten, heeft vaak ook niet het vertrouwen of de moed om voor de eigen rechten op te komen. Projecten rond bewustwording en scholing zijn hierin van belang. Wat ook kan helpen is het instellen van een speciale landelijke dag voor huishoudelijk werkers, het verstrekken van beurzen en/of microkredieten en het geven voorlichting op platteland voor meisjes die naar de stad (willen) komen. Verder moet het grote probleem van (seksueel) misbruik meer openlijk aan de kaak worden gesteld.

Migratie uit armoede en hoop
Tegelijkertijd wordt aandacht gevraagd voor de migratieproblematiek. Dit komt voor in twee vormen: van platteland naar stad en tussen landen. Aan beide vormen van migratie liggen dezelfde problemen ten grondslag: armoede en de hoop op een beter inkomen en leven. Maar waar huishoudelijk werkers bij de eerste vorm nog vaak dezelfde taal, cultuur en gebruiken delen met hun werkgever, is dat niet het geval bij migratie naar een ander land. Toch komt dit op grote schaal voor.

CNV Internationaal wil meer samenwerking
Veel vrouwen uit Indonesië, Pakistan, Sri Lanka, de Filippijnen en Nepal werken in het Midden Oosten, Hong-Kong en Singapore in de huishouding. Wat cijfers uit 2002 

  • 65.000 mensen uit de Filippijnen gaan elders als huishoudelijk werker aan de slag;
  • 30.000 uit Nepal 
  • van de 500.000 Indonesische migrantenarbeiders in Saudi Arabië was 90 procent aan het werk in de huishouding.
Doel van de CNV-campagne is ook om de contacten en samenwerking tussen de bonden in de verschillende landen te bevorderen, om gezamenlijk de positie van huishoudelijk werkers te verbeteren. Werk aan de winkel
Genoeg werk aan de winkel dus, zowel voor CNV Internationaal als voor de partnerorganisaties. CNV Internationaal stimuleert de collega-bonden concrete projecten in te dienen ter verbetering van de positie van huishoudelijk werkers.

Publicatiedatum 17 07 2007