DonerenNieuwsbrief
HomeOns werk

Armoede blijft drijfveer kinderexploitatie

Verhaal

Van staking naar sociale dialoog in Mali

Lees meer
Kinderarbeid blijft een schrijnend en hardnekkig probleem. Wereldwijd ploeteren kinderen tegen weinig of geen betaling in huishoudens, landbouw, textiel en schoenindustrie, vuurwerkfabrieken, mijnbouw en visserij. Toch constateert de Internationale Arbeidsorganisatie ILO recent een afname. "Het einde van de ergste kinderarbeid is in zicht' constateert ILO directeur-generaal Juan Somavia zelfs optimistisch. Toch werken er wereldwijd nog 218 miljoen kinderen.

Somavia schrijft deze verbetering toe aan 'een duidelijker politieke wil van regeringen om jonge kinderen in de schoolbank te krijgen.' De ILO, de oudste VN organisatie, is in 1919 opgezet om te werken aan menswaardige arbeid voor een redelijk loon. Om kinderarbeid terug te dringen geeft de ILO steun en advies aan sociale organisaties. Bovendien zijn afspraken gemaakt met ruim 30 landen. Die hebben toegezegd voor 2008 zoveel mogelijk werkende kinderen in de schoolbanken te krijgen. De cijfers

  • Sinds de eeuwwisseling liep het aantal kinderarbeiders wereldwijd terug van 246 miljoen tot 218 miljoen, een daling van 11 procent.
  • 70% van de kinderarbeid betreft de agrarische sector, zoals rijstbouw en theeplantages.
  • 26% van de kinderen ten zuiden van de Sahara moet werken.
Armoede
Waar gezinnen niet genoeg te eten hebben, zien ouders zich gedwongen ook hun kinderen aan het werk te zetten. En waar ouders geen geld voor eten hebben, is helemaal geen geld om kinderen naar school te sturen. De meeste kinderarbeid komt dan ook voor in Afrika, ten zuiden van de Sahara. Het grootste probleem is de landbouwsector. Zelfs kleuters moeten daar hun handen uit de mouwen steken, bijvoorbeeld op theeplantages en in de rijstbouw. Het einde van de ergste kinderarbeid mag dan in zicht zijn, volgens ILO directeur Somavia. Zolang er armoede is zal er kinderarbeid zijn.

Publicatiedatum 18 08 2006