Lieke bezoekt het OESO Forum in Parijs - Blogs - Ons werk - CNV Internationaal

lieke bezoekt het oeso forum in parijs

En praat mee over verduurzaming in de textielsector 

Onder toeziend oog van de Eiffeltoren vergaderden deze week tijdens het OESO Forum on Due Diligence in the Garment & Footwearsector in Parijs enkele honderden mensen over verduurzaming in de kleding- en textielsector. Collega Lieke Ruijmschoot, Programmamedewerker Azië en Adviseur Sociale Dialoog bij CNV Internationaal, haakte 2 dagen aan om de laatste ontwikkelingen mee te krijgen. “Voor mij was dit mijn eerste keer bij zo’n grote conferentie, dus ik kwam vooral om de thema's beter te begrijpen en om te zien in welke richting de discussies gaan. Het was goed om in de betogen van vakbondsvertegenwoordigers waar wij veel mee samenwerken te horen dat werknemers steeds meer prioriteit krijgen. Ook haalde ik veel inspiratie uit de ervaringen van een FLA-project, waarbij zij alle stappen in de rubberketen (6% wordt voor schoenzolen gebruikt) in kaart hadden gebracht.”

Volle bak bij de verschillende sessies

Debat over vrijwillige versus bindende maatregelen 

Lieke: “Dit jaar stonden enkele thema’s hoog op de agenda. Om te beginnen de zogenaamde ‘mandatory due diligence legislation’. Wetgeving die bedrijven verplicht om de risico’s in hun keten in kaart te brengen, prioriteiten te stellen en vervolgens alle risico’s effectief aan te pakken. En daar waar er toch iets fout gaat en er sprake blijkt van schendingen van mensenrechten of buitensporige milieuvervuiling, moeten bedrijven zorgen dat de problemen opgelost worden en er gerechtigheid komt voor slachtoffers. De afgelopen jaren is in vele OESO-landen ingezet op allerlei vrijwillige samenwerkingsverbanden om risico’s in productketens aan te pakken. In Nederland zijn dit bijvoorbeeld de sectorconvenanten die Minister Ploumen initieerde – het kledingconvenant, waarin CNV ook actief is, was de eerste. Voorstanders van wetgeving stellen echter dat deze vrijwillige multi-stakeholder initiatieven weliswaar een zinnig platform bieden voor samenwerking, maar door hun beperkte reikwijdte niet voor de gewenste verbeteringen gaan zorgen. Het is duidelijk dat de initiatieven hebben gezorgd voor meer transparantie, bewustwording en beter beleid van kledingmerken. Maar echte resultaten in de keten, in de vorm van verbeteringen voor werknemers, blijven nog achter."

Steeds meer voorstanders voor een ‘smart mix’

Er wordt dan ook gepleit voor een zogenaamde ‘smart mix’ van wetgeving, gecombineerd met multi-stakeholder platforms en trainingen. “Het was duidelijk dat het debat snel verschuift,” vertelt Lieke. “Niet alleen werden er vele voorbeelden genoemd van landen die verschillende soorten wetgeving introduceren, ook pleiten steeds meer partijen voor. Zo was Anna Gedda, hoofd Duurzaamheid bij H&M, ‘positive about this’. Voor voorlopers is het een manier om concurrenten bij de les te trekken. Maar dat werkt alleen als wetgeving iedereen meeneemt, dus ook het midden- en kleinbedrijf, zo pleitte Gedda.”

'Tech talks' in de hal tijdens de pauze – een soort silent disco over o.a. blockchain, microplastics, kinderarbeid en leefbaar loon

Verzoek: meer samenhang tussen alle initiatieven

Een tweede belangrijk onderwerp was het harmoniseren van alle verschillende initiatieven en platforms die er zijn. Lieke: “Bedrijven worden niet goed van alle verschillende formats, richtlijnen, checklists en kaders.” Ook de OESO ziet het belang van meer harmonie en legde het afgelopen jaar 3 multi-stakeholder initiatieven langs de lat van haar eigen richtlijnen, waarvan de eerste bevindingen tijdens het Forum werden gedeeld:

  • Het prioriteren van risico’s op basis van ‘proportionaliteit’ (commensurate to risk). Volgens de OESO-richtlijnen moeten bedrijven de meest ernstige en meest waarschijnlijke risico’s in hun keten als eerste aanpakken. In de praktijk blijken andere zaken voorrang te krijgen: de meeste invloed, een aanpak passend bij het bedrijf of gewoon laaghangend fruit.
  • Het betrekken van stakeholders. Op zich lukt het nog aardig om bedrijven zover te krijgen dat zij advies inwinnen van NGOs en vakbonden in hun eigen land. Maar consultaties opzetten in productielanden zelf, bijvoorbeeld met werknemers van kledingfabrieken, over hún prioriteiten, gebeurt nog maar mondjesmaat.
  • Effectieve klachtenmechanismes. De OESO-richtlijnen verplichten bedrijven ertoe naast preventieve maatregelen op risico’s ook bestaande problemen op te lossen. Het blijkt een flinke uitdaging om klachtenmechanismes op te zetten die bekend zijn bij alle werknemers, en ook nog effectief schendingen oplossen.

Veel vrouwen maar weinig vakbondsvertegenwoordigers

Lieke:Wat mij verder nog opviel was de genderbalance – in positieve zin! Ontzettend veel vrouwen namen plaats in de panels. Het aandeel vakbondsvertegenwoordigers viel echter wel wat tegen. Tijdens een aparte sessie speciaal voor beginnende vakbondsvertegenwoordigers, georganiseerd door de mondiale bond IndustriALL, samen met de Trade Union Advisory Committee (TUAC) van de OESO, werd verteld dat vakbondsdeelnemers slechts 4% van de aanwezigen waren. Zij hoopten dat dit volgend jaar 10% zou zijn.

Wie er ook in kleine getalen waren, maar wel van zich lieten horen, waren de vertegenwoordigers uit productielanden. Zo kondigde mevrouw Thuy Nguyen, de Deputy Director van het Industrial Development Center van de Vietnam Industry Agency aan, dat er een plan in de maak is waarbij provinciale autoriteiten nieuwe buitenlandse investeerders gaat screenen, o.a. op duurzaamheidscriteria, voordat zij in het land mogen opereren. En mevrouw Rubana Huq, voorzitter van de Bangladesh Garment Manufacturers and Exporters Association (BGMEA) presenteerde met enorme felheid de nieuwe Readymade Sustainability Council (RSC), dat het Bangladesh Akkoord gaat vervangen. Het was tijd dat een taak die vooralsnog door buitenlanders werd geleid, voortaan intern wordt opgepakt, zo stelde zij, en schoof alle bezwaren en waarschuwingen van tegenstanders fel van tafel.”

All-female-panel met 3 Vietnamese vertegenwoordigsters van de nationale vakbond VGCL, de textielwerkgeversorganisatie en de overheid. Daarnaast WWF en voorzitter OESO.

 

Uitgelicht

Wat is OESO (OECD)? 

  • Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling 
  • Samenwerking van 36 landen
  • Stelt internationale richtlijnen op voor ondernemingen

Cookies op cnvinternationaal.nl

Deze website maakt gebruik van cookies. Wat betekent dit?

Wij gebruiken cookies om het gebruiksgemak voor onze bezoekers te verhogen en een gepersonaliseerd ervaring te bieden aan elke gebruiker. Door middel van cookies onthouden we uw voorkeuren en meten we gebruikersinteractie. Een cookie kan geen persoonlijke informatie bevatten, zoals een telefoonnummer of e-mailadres, zodoende kunnen cookies dus niet gebruikt worden voor ongevraagde telemarketing of e-mail nieuwsbrieven. Meer informatie over cookies vindt u in ons cookie beleid.

Ik ga akkoord