Interview Minister Ploumen

In een exclusief interview met het CNV vertelt minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) over het belang van het Convenant Duurzame Kleding en Textiel. Op 4 juli - in de Amsterdam Fashion Week - vindt de officiële ondertekening van het convenant plaats. Zij wijst op de rol die vakbondsleden en OR-leden kunnen vervullen om de arbeidsomstandigheden in de kledingsector in ontwikkelingslanden te verbeteren.

Minister Ploumen over MVO convenanten

"Werknemers moeten klanten informeren over eerlijke kleding"

Bescherming tegen kinderarbeid. Bescherming tegen gedwongen arbeid. Het realiseren van leefbaar loon. Het is slechts een greep uit de doelen die staan beschreven in het Convenant Duurzame Kleding en Textiel dat brancheorganisaties, vakbonden, maatschappelijke organisaties en de rijksoverheid gezamenlijk hebben opgesteld. De bedoeling is dat het convenant in juni 2016 wordt ondertekend.

Een van de voorwaarden is dat er tenminste 35 bedrijven in de kleding- en textielsector bereid zijn om zich aan het convenant te verbinden. Minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) vertelt in een interview met CNV Internationaal over het belang van het Convenant Duurzame Kleding en Textiel.

"We hebben allemaal de ramp in kledingfabriek
Rana Plaza in Bangladesh op ons netvlies."

Waarom vindt u het zo belangrijk dat dit convenant er komt?

“Allereerst omdat we de arbeidsomstandigheden moeten verbeteren van al die werknemers in de productielanden. Er zijn afspraken gemaakt over veilige fabrieken, fatsoenlijke lonen en schone productieprocessen. Maar het gaat ook over vakbondsvrijheid en het tegengaan van kinderarbeid. We hebben allemaal de ramp in kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh op ons netvlies, hierbij kwamen 1100 mensen om. Dat was voor veel mensen een eye-opener. Niemand wil dat er doden vallen bij het maken van een T-shirt.

Sindsdien is er veel veranderd. Dit convenant is daar ook uit voortgekomen. De deelnemende bedrijven moeten mogelijke risico’s in kaart brengen van katoenpluk tot aan de kassa. Is er sprake van mensenrechtenschendingen, milieuschade of overtreding van arbeidsregels? Zo ja, dan moeten ze actie ondernemen daartegen.

Het convenant is een primeur. Alle belangrijke spelers doen eraan mee: de kledingbranche, vakbonden, maatschappelijke organisaties en de overheid. Niet eerder zijn er binnen de SER zulke afspraken gemaakt over internationaal verantwoord ondernemen (IMVO). Dit was echt pionierswerk van de onderhandelaars en het heeft lat hoog gelegd voor de andere IMVO-convenanten die nog op stapel staan. Ik verwacht dat andere sectoren nu snel volgen.”

"Omdat het recht op fatsoenlijk werk
voor iedereen geldt"

Welke rol ziet u weggelegd voor het CNV (en voor vakbonden in de productielanden), bij de uitvoering van de gemaakte afspraken in het convenant?

“Het CNV is een van de partijen die zijn handtekening heeft gezet, net als de kledingbrancheorganisaties, FNV en maatschappelijke organisaties als UNICEF en Hivos. Door aan de onderhandelingstafel te zitten heeft CNV invloed. De organisaties en partijen ondersteunen elkaar, maar houden elkaar ook bij de les. Het CNV, en ook de FNV, ondersteunt al jaren het vakbondswerk in ontwikkelingslanden, onder meer in de kleding- en textielindustrie. Samen met hun lokale vakbondspartners willen zij de arbeidsomstandigheden verbeteren, omdat het recht op fatsoenlijk werk voor iedereen geldt.

De vakbonden zullen dankzij dit convenant textielbedrijven in contact brengen met lokale vakbonden. Zij zullen werknemers en vakbonden in de productielanden zo nodig wijzen op hun rechten en op de wijze waarop zij een klacht kunnen indienen tegen een bedrijf of instantie. En de vakbonden zullen zelf concrete projecten opzetten om samen met bedrijven specifieke problemen aan te pakken.”

"Er komt geen nieuw keurmerk, wel een website waarop alle bedrijven die meedoen worden vermeld"

Wat gaan Nederlandse werknemers in de kleding- en textielindustrie straks merken van het convenant?

“Gaandeweg meer en meer. Je zult zien dat winkels meer eerlijke en duurzame kleding en textiel gaan verkopen. Dat geldt ook voor de kleding van die consumenten die nog niet specifiek op duurzaamheid letten. Werknemers in kleding- en textielwinkels zullen hun klanten steeds vaker een goed antwoord moeten geven op vragen over eerlijke en duurzame kleding.

Er komt geen nieuw keurmerk, wel een website waarop alle bedrijven die meedoen worden vermeld. We hebben daarnaast afgesproken dat bedrijven vanaf het derde jaar zelf gaan rapporteren over hun inspanningen en prestaties. Het idee erachter is dat consumenten deze prestaties wegen in hun besluit wel of niet bepaalde kledingmerken of bij bepaalde winkels te kopen. Werknemers zullen denk ik met kritischere klanten te maken gaan krijgen. Het is dus belangrijk dat hun werkgevers hen goed informeren over het convenant.”

"Om van de katoenpluk tot de kassa te komen ben je dertig stappen verder."

Welke onderdelen in het convenant zouden volgens u eigenlijk nog meer aandacht verdienen?

“Het kan altijd sneller, maar ik zie ook dat het een complexe sector is. Om van de katoenpluk tot de kassa te komen ben je dertig stappen verder. We hebben het over duizenden fabrieken in tientallen landen. Ik vind dat er een goed resultaat ligt waar veel partijen achter staan. We moeten hier nu vooral mee aan de slag.

Dat geldt voor de kledingbranche, maar ook voor een ‘waakhond’ als het CNV. Wat ik wel jammer vind is dat de Schone Kleren Campagne op het laatste moment heeft besloten voorlopig niet mee te doen. Ze hebben zich maanden ingezet en hun grote betrokkenheid getoond. Ik begrijp dat de SKC graag bij de start van het convenant al concrete toezeggingen van afzonderlijke Nederlandse bedrijven had gezien over verhoging van de lonen richting een leefbaar loon. Maar dat zat er niet in. Wel beoogt het convenant leefbare lonen in 2020 te realiseren. Ik had natuurlijk liever gezien dat ze aan boord waren gebleven. Ik heb ook geleerd dat je niet altijd in een keer alles kan krijgen wat je wilt, maar dat het vaak een kwestie van kleine stapjes vooruit is. Dit convenant is zelfs een grote stap vooruit.”

Het gaat vooral over de versterking van vakbonden, leefbare lonen en de bestrijding van geweld tegen vrouwen

Wat kunnen leden van het CNV concreet doen, om het convenant te ondersteunen?

“Het CNV werkt al langer samen met FairWearFoundation aan verbeteringen in de kledingfabrieken. Dan gaat het vooral over de versterking van vakbonden, leefbare lonen en de bestrijding van geweld tegen vrouwen. Eerder hebben de CNV-leden al met de vakbonden in Cambodja solidariteitsacties gevoerd voor hogere lonen in de textielsector. Ik ga er vanuit dat CNV de leden goed op de hoogte zal houden van de mogelijkheden binnen het partnerschapsprogramma.

Verder zijn veel vakbondsleden lid van een ondernemingsraad. De OR is bij uitstek het orgaan dat de ondertekening van het convenant aan de orde kan stellen bij de werkgever.

"Het wordt straks makkelijker om eerlijke kleding te kopen" 

Als vakbondslid ben je toch solidair

En tot slot zou ik willen zeggen: Kijk goed wat je koopt! Het wordt weliswaar straks makkelijker om eerlijke kleding te kopen, maar de consument blijft zelf ook verantwoordelijk. Kijk daarom bij aankoop van t-shirt of theedoek altijd of aan de regels van eerlijke en duurzame kleding is voldaan. Ik doe dat zelf ook. Want zeg nou zelf: als vakbondslid ben je toch solidair met werknemers van over de hele wereld?”

Cookies op cnvinternationaal.nl

Deze website maakt gebruik van cookies. Wat betekent dit?

Wij gebruiken cookies om het gebruiksgemak voor onze bezoekers te verhogen en een gepersonaliseerd ervaring te bieden aan elke gebruiker. Door middel van cookies onthouden we uw voorkeuren en meten we gebruikersinteractie. Een cookie kan geen persoonlijke informatie bevatten, zoals een telefoonnummer of e-mailadres, zodoende kunnen cookies dus niet gebruikt worden voor ongevraagde telemarketing of e-mail nieuwsbrieven. Meer informatie over cookies vindt u in ons cookie beleid.

Ik ga akkoord