Het verbeteren van de rechten van de werknemers in toeleveringsketens


Het verbeteren van de rechten van de werknemers in toeleveringsketens is een van de centrale thema's in het werk van CNV Internationaal.

Het CNV richt zich dus vooral op de sociale aspecten van het ondernemen:

  • Zijn de materialen die hier verwerkt of verhandeld worden op een sociaal verantwoorde manier geproduceerd?

  • Hoe is het gesteld met de arbeidsverhoudingen binnen een bedrijf of sector?

  • Zorgt een onderneming bij activiteiten in het buitenland voor bepaalde minimale omstandigheden en

  • Werkt de onderneming aan verbetering daar waar misstanden zijn? 

Hoe zit het met MVO in uw bedrijf?

Hoe zit het in úw bedrijf, uw sector, of in het bedrijf waar u werkt of onderhandelt? Werknemers én werkgevers brengen ook hun geweten mee naar hun werk. Als werkgever, onderhandelaar, kaderlid of OR-lid komt u in uw werk verschillende momenten tegen, waarop binnen een bedrijf keuzes gemaakt  worden over maatschappelijk en dus ook sociaal verantwoord ondernemen:

Een bedrijf is wettelijk niet aansprakelijk voor zaken die zich bij haar internationale toeleveranciers afspelen, maar heeft wel een verantwoordelijkheid om de internationale arbeidsnormen en mensenrechten te respecteren.Het ligt voor de hand een groter commitment te verlangen naarmate de relaties met toeleveranciers frequenter en intensiever zijn en naarmate de situatie bij de toeleverancier meer bekend is.

Wat zijn de sociale elementen van MVO in praktijk?

In het kader van sociaal verantwoord ondernemen geeft het CNV prioriteit aan de volgende normen:

Beschermen van universele mensenrechten van werknemers en van de mensen in de gemeenschap waarbinnen het bedrijf werkt.

  1. Vrijheid voor werknemers om zich te laten vertegenwoordigen en zich te organiseren in een vakbond. Daar waar vakbonden officieel niet erkend worden, faciliteert de werkgever andere vormen van onafhankelijke organisatie en vertegenwoordiging van werknemers.
    (ILO verdrag 87)


  2. Het recht op collectieve onderhandelingen; vertegenwoordigers van werknemers moeten in staat worden gesteld om met besluitvormers te kunnen onderhandelen en te overleggen.
    (ILO verdrag 98, aangevuld met 135, OESO-richtlijnen IV, art. 8) 


  3.  Werknemers moeten een vrije keuze hebben voor het werk; bijdragen aan het uitbannen van alle vormen van slavernij en gedwongen arbeid.
    (ILO verdragen 29 en 105)

  4. Niet aannemen van kinderen onder de leerplichtleeftijd (in ieder geval niet kinderen van 15 jaar of jonger, in sommige landen een uitzondering met 14 jaar) en participeren in en bijdragen aan trajecten om bestaande werkende kinderen uit de arbeidssituatie te halen en onderwijs te laten volgen.
    (ILO verdrag 138 en 182 en OESO-richtlijnen)

  5. Niet discrimineren tussen werknemers.
    (ILO verdragen 100 en 111)

  6. Het uitbetalen van een leefbaar loon. Dat wil zeggen een loon waarmee men in de basisbehoeften voor een gemiddeld gezin kan voldoen.
    (ILO verdragen 26 en 131)

  7. Het waarborgen van veilige en gezonde werkomstandigheden voor werknemers.
    (ILO verdrag 155 en aanbeveling 164)

  8. Het hanteren en waarborgen van een maximaal aantal werkuren, in principe niet meer dan 8 uur per dag, 48 uur per week.
    (ILO verdrag 1)

  9. Het bieden van arbeidszekerheid. (ILO Tripartite Declaration of Principles Concering Multinational Enterprises art. 24-28)

De volgende normen beschouwt het CNV als aanvullende belangrijke werknemersrechten:

  • Het beschikbaar stellen aan werknemers van relevante training.
    (ILO Tripartite Declaration art. 29-32)

  • Het recht op indiening en behandeling van klachten, zonder het risico hiervoor gestraft of gediscrimineerd te worden.
    (ILO Tripartite Declaration art. 57 en 58)

  • Het recht op tijdige informatievoorziening bij o.a. reorganisaties, collectief ontslag en afvloeiingsregelingen.
    (OESO-richtlijnen IV, art. 6)

  • De werkgever mag niet dreigen met bijvoorbeeld verplaatsing van het bedrijf bij uitoefening van het recht op organisatie.
    (OESO-richtlijnen IV, art. 7)

  • Waar mogelijk moet lokaal personeel worden aangesteld en opgeleid en mogen geen minder gunstige lonen en arbeidsvoorwaarden worden gehanteerd als vergelijkbare werkgevers in het gastland.
    (OESO-richtlijnen IV, art. 4a en IV, art.5)

Cookies op cnvinternationaal.nl

Deze website maakt gebruik van cookies. Wat betekent dit?

Wij gebruiken cookies om het gebruiksgemak voor onze bezoekers te verhogen en een gepersonaliseerd ervaring te bieden aan elke gebruiker. Door middel van cookies onthouden we uw voorkeuren en meten we gebruikersinteractie. Een cookie kan geen persoonlijke informatie bevatten, zoals een telefoonnummer of e-mailadres, zodoende kunnen cookies dus niet gebruikt worden voor ongevraagde telemarketing of e-mail nieuwsbrieven. Meer informatie over cookies vindt u in ons cookie beleid.

Ik ga akkoord