Weblog Indonesië - De gordel van asfalt en smaragd
Na de landing op Jakarta Airport is het gauw ruim een uur rijden naar het centrum van de stad. Daarvan rijdt je toch echt een uur per 4-baans snelweg dwars door de stad zelf. Zo groot is die stad. Ook kwa bevolking, zo'n 16 miljoen inwoners in totaal.
Wij zijn hier met een missie van het CNV die twee doelen heeft: collega Conny Wedda gaat als deskundige met mij als ondersteuning een workshop verzorgen voor het team van trainers van de Indonesische vakcentrale SBSI dat goede en resultaatgerichte plannen voor de komende jaren moet gaan maken. En zij trainen op hun beurt weer de mensen die die plannen met de bonden gaan maken. Voor deze gelegenheid komt ook de top de Cambodjaanse vakbeweging, drie man sterk wordt gelijk meegetraind, die hetzelfde voor hun plannen in Cambodja gaan doen.
Wij zijn nu met allerlei besprekingen bezig over het programma van het CNV in Indonesië, bereiden de training volgende week voor, en zetten met de SBSI, vice voorzitter Sulistri, een jonge, zeer capabele vrouw (onlangs afgestudeerd in de rechten, waarschijnlijk 's nachts, want ze heeft een meer dan full time baan), de laatste puntjes op de voorbereiding.
Goede vrijdag
Het programma is wat verzet, daardoor hebben we op deze Goede Vrijdag opeens een middag vrij, want sommige beleidsmedewerkers bij de SBSI zijn christen en willen die dag bij hun familie zijn, ze gaan dan twee maal naar de kerk. Dat betekent voor hun dan wel dat ze op zaterdag en zondag met ons gaan werken.
Als in de tijd van de VOC
Het komt eigenlijk zelden voor dat we opeens een paar uur vrij hebben tijdens een reis. Deze keer wel, en die tijd hebben we goed besteed aan een boeiend bezoek aan de haven voor traditionele schepen, Sunda Kelapa. Een toeristentrekker, want daar liggen de houten schoeners alsof ze bij wijze van spreken nog voor de VOC varen. Twintig jaar geleden nog met zeil (en motor). Nu zijn alle bovenstengen van de mast verdwenen en wordt deze alleen nog voor laden en lossen gebruikt. Bij slechts een enkel schip zie je nog een zeil aan boord, en dan alleen nog een kluiverzeil, op het voordek.

25 kilo cement op de rug
Nog steeds wordt ook een groot deel van de lading door dragers op hun rug gelost: een loopplank/balk ( 20 cm breed, 10m lang) het schip op, en één voor met lading op de schouder eraf, of andersom. Heel veel schepen vervoeren cement, zakken van 25 kg. De logica is niet helemaal te volgen, want er zijn schepen die cementzakken lossen, twee schepen verderop is er dan weer één die juist cementzakken aan het laden is. Dat zal wel de vrije markt economie zijn. Heel zwaar werk voor de mannen die lossen en landen, op het heetst van de dag, betaald in stukloon.

Een juk als winkel
In de haven is de zgn. informele economie ook aanwezig: allerlei werk om geld te verdienen zonder dat er sprake is van salaris. Van een man met een soort juk waaraan twee schalen balanceren, daarin kammen, pennen, sigaretten, zakjes drinkwater en wat hij maar kan verzinnen voor de verkoop, een man met een mooie handkar met afdak met vergelijkbare zaken maar meestal vooral eten en drinken, tot de dame bij wie wij in de schaduw even uitpuften van de 37 g. Celsius in de zon, die ons ook frisdrank kon aanbieden, en evt. koffie, thee, sigaretten etc, in een klein, gezellig stalletje. Al aardig serieus dus, eigenlijk een winkeltje, handig gelegen, pal naast het toeristenkantoortje waar meer stoflagen dan interessante zaken lagen. Ook de straatventers, die zich wagen tussen de stadse files horen bij dit soort informele handel.
Jan Ridder, april 2010