Twitter

Over Togo

De Togolese arbeidsmarkt is onder te verdelen in de informele sector, de landbouw en de formele sector. Onder invloed van de economische crisis komt er in de formele sector al jarenlang geen werk bij, terwijl er veel nieuwe werkzoekenden bijkomen op de arbeidsmarkt. Vroeger was de overheidssector de voornaamste werkgever van geschoolde werknemers.

Tegenwoordig hebben steeds minder werkenden een vast contract. Mensen zoeken daarom allerlei informeel werk om toch in hun levensonderhoud te voorzien. Dat kan allerlei werk zijn en de manier waarop het georganiseerd is, verschilt ook. Zonder de dynamiek van de informele economie zouden de sociale gevolgen van de werkloosheid en de inkomensdaling nog veel ernstiger zijn.

Het informele werk verandert al naar gelang de sociaal ecnomische situatie. Er zit nu groei bij de taxi moto’s. Maar bij de kappers is sprake van crisis omdat de markt verzadigd is. En er komen ook weer nieuw activiteiten bij zoals bijvoorbeeld autowasser. 

Trek naar de stad
De informele sector is enorm gegroeid:  In de hoofdstad Lome van 43.171 in 1984 naar bijna 2 miljoen in 2000. Ook de trek van het platteland naar de stad draagt daaraan bij. Naar schatting zijn er in de formele economie nog maar 100.000 banen over. Dat geeft wel aan hoe groot het belang is van de informele economie voor de werkgelegenheid.

De activiteiten binnen de informele economie zijn zo divers dat de omvang moeilijk te bepalen is. In de industrie vertegenwoordigt de informele economie naar schatting ruim 33% van de toegevoegde waarde. In de handel is het informele aandeel 37% en in de dienstensector zelfs meer dan de helft.

Fosfaat
Togo staat op plaats 159 van de 179 landen van de ontwikkelingsranglijst van de Verenigde Naties. De groeiverwachting voor 2009 is 1,8%. Primaire producten zoals fosfaat, cacao, koffie en katoen nemen 40% van de exportopbrengsten voor hun rekening. Togo is de vierde grootste producent van fosfaat in de wereld en zorgt voor bijna 10% van de Togolese exportinkomsten. Een groot deel (65%) van de bevolking is voor haar inkomsten afhankelijk van de landbouw.

Politiek
In 1960 werd Togo onafhankelijk van Frankrijk. In de jaren zeventig ging het economisch goed met Togo, vooral door fosfaatwinning. Deze inkomsten namen in de jaren tachtig af en de onvrede onder de bevolking nam toe. In 1991 stond de toenmalige president Gnassingbé Eyadéma, onder druk, andere politieke partijen naast de zijne (Rassemblement du Peuple Togolais RPT) toe. Maar o.a. door de trage invoering van een nieuwe grondwet, nam de politieke onrust toe. In september 1992 pleegde het leger een staatsgreep gepleegd door het leger. Die mislukte, maar ruim 200.000 mensen sloegen op de vlucht. In 2005 overleed president Eyadéma na een regeerperiode van 38 jaar. Het leger greep de macht en installeerde zijn zoon Faure Eyadéma als president.

Voorzichtige democratisering
In 2006 is een regeringsploeg aangetreden waarin ook de belangrijkste oppositiepartijen zitting hebben, die voortvarend aan de slag is gegaan. Deze aanpak heeft geleid tot en het herstel van de samenwerking met de EU. Deze relaties waren door de EU en andere donoren 14 jaar opgeschort uit protest tegen de repressie door de regering van president Eyadéma. In oktober 2007 hebben in Togo verkiezingen plaatsgevonden. Volgens de aanwezige waarnemers van de Europese Unie (EU) verliepen de verkiezingen grotendeels eerlijk en was er geen sprake van grote onrechtmatigheden. Sinds 2007 vindt een voorzichtig democratiseringsproces plaats. President Faure Eyadéma is herkozen bij de verkiezingen van afgelopen maart 2010.