Wereldwijd verrichten 246 miljoen kinderen tussen de vijf en zeventien jaar kinderarbeid. Van deze kinderen doet één op de acht zelfs gevaarlijk werk. 8,4 miljoen kinderen zijn ‘gevangen’ in de ergste vormen van kinderarbeid, zoals slavernij, kinderhandel, schuldslavernij of prostitutie. Voor CNV Internationaal staat het welzijn van het kind voorop. Daarom helpt het vakverbond kinderarbeid uit te bannen.
Verbod op kinderarbeid
Kinderarbeid is verboden. De ILO-norm 138 van de Internationale Arbeidsorganisatie, (een onderdeel van de Verenigde Naties) verbiedt arbeid door kinderen onder de vijftien jaar. Gevaarlijk werk is zelfs pas vanaf achttien jaar toegestaan. De ILO-norm 182 bevat het verbod op de ergste vormen van kinderarbeid.
Hoewel alle landen die lid zijn van de ILO zich aan deze fundamentele arbeidsnormen moeten houden, komt kinderarbeid op veel plaatsen nog steeds voor. Vooral in Azië en Afrika werken veel kinderarbeiders. Meestal in de landbouw, visserij en bosbouw.
Gebrek aan onderwijs oorzaak en gevolg van kinderarbeid
Het niet kunnen volgen van onderwijs is volgens CNV Internationaal zowel de oorzaak als het gevolg van kinderarbeid. De dieper liggende oorzaak van kinderarbeid is armoede. Omdat de gezinsinkomsten vaak niet toereikend zijn, helpen de kinderen het inkomen te verhogen. Daarnaast werken het ontbreken van regelgeving en van controle op de naleving van de regels kinderarbeid in de hand. Culturele factoren spelen vaak ook een rol.
Scholingsprojecten
Volgens CNV Internationaal is scholing de belangrijkste sleutel in de aanpak van kinderarbeid. Daarom steunt CNV Internationaal projecten van vakbondspartners die gericht zijn op scholing. Zoals in Costa Rica. Sinds 2001 regelt de vakcentrale CMTG kinderopvang voor kinderen van ouders die in de informele economie werken. De opvang voorkomt dat kinderen al op jonge leeftijd bij het werk worden betrokken. De kinderen krijgen er onder andere onderwijs.
Een ander voorbeeld is het kindertehuis bij de Colombiaanse sloppenwijk Bolivar. Daar krijgen kinderen op initiatief van de vakcentrale CGTD scholings- en recreatieve activiteiten. Met financiële steun van CNV Internationaal worden er bovendien computercursussen gegeven.
Belangrijke rol vakbonden
Ook de vrijheid om vakbonden op te richten en om lid te worden van een vakbond, is een middel in de strijd tegen kinderarbeid. Want daar waar vakbonden actief zijn, komt kinderarbeid minder voor. Daarnaast kunnen vakbonden via allerlei activiteiten de druk verhogen op autoriteiten en op producenten die gebruikmaken van kinderarbeid. Ook kunnen vakbonden de uitbuiting van kinderen aanklagen. Via voorlichting kunnen zij de bewustwording bij het algemene publiek vergroten. Bij al deze activiteiten steunt CNV Internationaal haar vakbondspartners.
Aandacht voor gezinsinkomen en werkgelegenheid ouders
Het uitbannen van kinderarbeid doet de internationale vakbeweging ook samen. Via de wereldorganisatie ITUC (voorheen WVA) wordt continu druk uitgeoefend op autoriteiten en overheden. Zo hoopt de vakbeweging ILO-norm 182 wereldwijd geratificeerd te krijgen. In dat geval wordt het verbod op kinderarbeid onderdeel van de nationale wetgeving van een land. Ook hamert de ITUC op blijvende aandacht voor ILO-norm 183. Overigens is het uitbannen van kinderarbeid een proces waarbij aandacht moet zijn voor de opvang van het kind, onderwijs, gezinsinkomen, werkgelegenheid én voor de ouders. Bij afspraken over het beëindigen van kinderarbeid, wil CNV Internationaal dat er op al deze fronten gelijktijdig actie wordt ondernomen. Ook daarom is de bundeling van krachten noodzakelijk.
Wat zijn arbeidsnormen?