‘Decent Work’ betekent in het Nederlands ‘fatsoenlijk werk’. Je zou het niet verwachten, maar de term is nog betrekkelijk nieuw. Pas in 1999 werd het begrip, samen met een aantal belangrijke bepalingen, geïntroduceerd. Inmiddels is Decent Work niet meer weg te denken uit de internationale wereld. CNV Internationaal vindt dat iedereen een eerlijke kans moet hebben op fatsoenlijk werk.
Decent Work Agenda
Op het jaarlijkse congres van de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) introduceerde directeur-generaal Juan Somavia de term ‘Decent Work’ (fatsoenlijk werk). Als letterlijke betekenis noemde hij: ‘Productief werk dat wordt uitgevoerd uit vrije wil onder gelijke, veilige en waardige omstandigheden’. Dat het niet om een inhoudsloos begrip ging, bewees Somavia al tijdens datzelfde congres. Hij kwam namelijk ook met de ‘Decent Work Agenda’. Daarmee werd het begrip bestempeld als de centrale missie voor de ILO in de komende jaren.
Fatsoenlijk werk voor álle werkenden
De Decent Work Agenda dekt alle doelen van de ILO: het bevorderen van de fundamentele arbeidsnormen, werkgelegenheid, werkzekerheid en sociale dialoog. Oftewel: economische groei in combinatie met sociale herverdeling. Het meest bijzondere aan de agenda is echter de erkenning van ‘werkenden’ als doelgroep. Niet langer richt de ILO zich alleen op formele werknemers. Ook werkenden in de informele economie hebben nu alle aandacht. Juist deze groep kan vaak niet spreken van fatsoenlijk werk.
Milleniumdoelen
De vakbeweging en de ILO hadden Decent Work graag als negende Millenniumdoel (MDG) gezien. Helaas ging deze wens niet in vervulling. Toch hebben de ILO en internationale vakbeweging (waaronder CNV Internationaal) hun lobby met succes voortgezet. Binnen elk Millenniumdoel is aandacht voor werk- en inkomensaspecten nu verplicht. Met andere woorden: de Decent Work Agenda is nu een belangrijke basisvoorwaarde voor de realisatie van de acht Millenniumdoelen van de Verenigde Naties.
Ook de Europese Unie, Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) hebben de Decent Work Agenda als beleidsbepalend erkend. De internationale vakbeweging (verenigd in de ITUC) spreekt iedere twee jaar met het IMF en de Wereldbank over het thema.